venster slepen

EEN VOORSTELLING VAN FLOOR HUYGEN (REGIE), BRUNO VANDEN BROECKE, STEFAAN DEGAND, FABIAN JANSEN EN BERT LUPPES GEBASEERD OP TAFERELEN VAN JOSSE DE PAUW EN INTERVIEWTEKSTEN LICHTVORMGEVING JOHAN VONK TONEELBEELD LEO DE NIJS KOSTUUMS MARIKE KAMPHUIS DRAMATURGIE PETER ANTHONISSEN REGIEASSISTENTIE LOES VAN DER STAAK

10/11/08 NRC Handelsblad © Isabella Steenbergen 

11/11/08 Brabants Dagblad © Joost Goutziers

13/11/08 8Weekly © Moon Saris

20/11/08 de Volkskrant © Annette Embrechts

25/11/08 Theatercentraal.nl © Reineke de Vries  

03/12/08 Goddeau.com © Carmen Van Cauwenbergh

05/12/08 De Standaard © Mark Cloostermans

08/12/08 Leeuwarder Courant © Ilja van den Broek

08/12/08 Deadline.nl © Shira Keller

01/2009 www.corpuskunstkritiek.nl © Sara van der Kooi 



VAKMAN

Slechte kunst op brandstapel ●●●●○

Kunst en vriendschap. Laat ze lang genoeg langs elkaar schuren, dan komt de pathetiek vanzelf wel, als de noodzakelijke zuurstof voor het streven naar een groots en meeslepend bestaan. Zo blijkt uit Vakman, een rauw poëtische voor-stelling van Theater Artemis.

Op verzoek van regisseur Floor Huygen schreef de Vlaamse toneelschrijver Josse De Pauw een tekst over vier kunstenaarvrienden, die op een zomeravond bij elkaar komen om een daad te stellen: hun slechtste werken ritueel verbranden. De terminale kanker van Vakman (Fabian Jansen), de jongste van het stel, maakt deze ‘zuiveringsactie’ noodzakelijk.

Deels geïnspireerd op interviews met kunstenaars als Karel Appel, Simon Vinkenoog en Ramses Shaffy, biedt de tekst van De Pauw een uitgebalanceerde combinatie van geëxalteerde lyriek en ontnuchterende spitsvondigheden.  Hij voorziet het stuk van een ijzersterk verhalend kader. Daarbinnen laat Huygen het vooral over aan het improvisatietalent van den Vlaamse en Nederlandse acteurs. En ook dat pakt zeer overtuigend uit. In een losse speelstijl weten de acteurs het archetype van de bevlogen kunstenaar met precisie te vangen.

We bevinden ons in een ruim atelier, met links en rechts bedekte doeken. Drie kunstenaarsvrienden wachten op de vierde, de geliefde Vakman. Met zijn zwarte vetkuif en zijn rode leren jack doet Dree (Stefaan Degand) nog het meest denken aan een verwaaide Elvis in de laatste jaren van zijn leven. Een boom van een vent, maar al kettingrokend en nippend aan zijn heupflacon lijkt hij ieder moment omver te kunnen worden geblazen. Haaks op zijn personage staat de oudere Mon (Bert Luppes), een succesvol ‘colorist’, irritant vitaal voor zijn leeftijd. Waar anderen rode wijn naar binnen gieten, houdt hij het provocerend op een jus d’orange.

En dan is daar nog Braem (Bruno Vanden Broecke). Met zijn lange, wapperende haren en zijn zorgeloos witte kleren, roept hij het beeld op ven de flierefluitende hippie. Droogkomisch, maar ook onverwacht ontroerend als hij tokkelend op zijn contrabas, een liedje zingt. De onderlinge verhoudingen tussen de drie zijn meteen duidelijk. Dree heeft maar één schilderij bij zich voor de rituele verbranding; Mon een kruiwagen vol. ”Zo veel onzin”, mompelt hij. “Dat is te zwaar voor één man.” Dus laat hij Bream die kar duwen.

Een onderhuids machtsspel om wie de meeste liefde kan uiten voor de doodzieke Vakman houdt de voorstelling onder hoogspanning en leidt tot komische verwikkelingen. Als Vakman dan eindelijk ten tonele verschijnt, blijkt hij, de naam zegt het al, de incarnatie van de onvoorwaardelijke liefde voor het vak.

Wanneer het laatste schilderij in de container belandt, gaat de vlam erin. Vol van zichzelf en elkaar, houden de vrienden hun adem in. Uit hun half verbrande werken zien ze een nieuw werk herrijzen. Kunst als probaat middel tegen de dood. Pathetisch ja – maar ook prachtig. 10 november 2008 NRC Handelsblad © Isabella Steenbergen 

 

Vriendschap boven kunst
In het succesvolle Pakman stonden de speelse jochies die zich tijdenlang schuilhielden in vier volwassen kerels centraal. In Artemis' nieuwste voorstelling werkte artistiek leider Floor Huygen opnieuw samen met theatermaker Bruno Vanden Broecke, maar in het vrijwel gelijknamige resultaat, Vakman, lijkt het kinderperspectief verlaten. Het draait om vier bevriende, eigenzinnige kunstenaars die hun slechtste werk naar god helpen en tijdens dit ritueel een bijzondere vriendschap blootleggen.

Het is vooral dat aspect van vriendschap dat de voorstelling Vakman ondanks de ‘volwassen' verhandelingen geschikt maakt voor alle leeftijden vanaf een jaar of negen, tien. Want rond die tijd worden onderlinge verhoudingen en het delen van wezenszaken belangrijk. En natuurlijk tellen ook de humor en het zichtbare spelplezier bij alle vier de topacteurs mee. Ze hebben het zo naar hun zin, dat in de ogen van Louis D'Or-winnaar Bert Luppes af en toe zelfs in pijnlijke situaties vrolijke glimmertjes oplichten, of om zijn mond een glimlachje speelt.
Dat laatste heeft ook veel te maken met de vorm van de voorstelling, die ruimte laat voor improvisatie en zo voor wat extra spannende momentjes zorgt. De montageachtige opeenvolging van qua toon, tempo en karakter volstrekt verschillende scènes binnen dit chronologische verhaal zorgt er bovendien voor dat het niet makkelijk saai wordt. Teksttheater, bewegingstheater, muziektheater, mime; van alles heeft het een beetje en het is niet in een kant-en-klaar hokje te stoppen - net als de mannen over wie het gaat. Toch heeft Vakman nog wat aan scherpte en timing te winnen en een spanningsboogdipje na de sterke start te overwinnen; gelukkig mogen de mannen het nog vele keren spelen.
Mogelijk gaat het oeverloze gezwam over kunst aan de kleinste kijkertjes voorbij. Maar dat kan totaal geen kwaad, want het gaat op de keper beschouwd helemaal niet over kunst; dat is slechts het vehikel om de vier mannen met elkaar om te laten gaan. Dat vriend Vakman op sterven na dood is en dat dit zijn laatste avondmaal is, is ook nauwelijks meer dan de aanleiding voor de bijeenkomst van de vier vreemde vogels - het komt slechts terloops ter sprake en speelt nauwelijks een dramatische bijrol.

Drie vrienden treffen elkaar met ingepakte schilderijen onder de arm en op een kar in het ruime atelier van de succesvolste van allemaal: Vakman. Daar staat van alles, het meeste ook ingepakt in witte doeken, behalve dan de boksbal, de draaitafel, een bankje zonder poten en de niet te missen vuilcontainer. Omringende gordijnen missen, het vloerdeel van de zaal speelt volkomen zichzelf, inclusief deuren en inhammen. En ook inclusief de technici, die zeer zichtbaar aanwezig zijn en zelfs interactie hebben met de spelers. Grote afwezige in het eerste deel is de titelgever, die uiteindelijk opkomt op de galerij, als een god alles overziet en zich dan pas als gelijke onder zijn vrienden begeeft.
De vier hebben veel gemeen, ze zijn immers allemaal kunstenaar, maar ze zijn vooral allemaal geen doorsnee mensen. De emotionele, abstracte werkende jarenzeventigbohemien Dree, een manisch-depressieve rol waarin Stefaan Degand schittert; alleen zijn gezichtsuitdrukking is al voldoende om geregeld in lachen uit te barsten. Bruno Vanden Broecke is zeer overtuigend als de overgebleven hippie-folk-rocker Braem, een multitalent dat maar niet echt boven wil komen drijven -  behalve als hij een gevoelig liedje vol taalvondsten zingt. Bert Luppes' karakter Mon heeft z'n beste jaren gehad, maar teert nog altijd op zijn hoogtijperiode en verveelt verder iedereen met eindeloze theorieën en feitjes. En tot slot is daar Vakman, de succesvolle, trendy, kunstenaar, treffend gespeeld door Fabian Jansen.
Hun vriendschap blijkt gaandeweg de voorstelling een onverbrekelijke broederschap; klef, en toch oprechter dan oprecht. Bij elkaar kunnen ze zichzelf zijn, tegen elkaar kunnen ze eerlijk zijn, elkaar begrijpen ze ook als dat wat gezegd wordt niet is wat bedoeld wordt. En mocht het dan toch eens verkeerd worden opgevat, dan kan dat uit de weg worden geruimd. Echte vriendschap blijft over, zelfs als je de kunst waarop ze ooit gebaseerd was ritueel verbrandt. 13 november 2008 8Weekly © Moon Saris


Vakman: afhankelijkheid van vier autonome zielen
‘Je moet werken vanuit de randen, niet vanuit het midden. Als je in het midden begint, weet je nooit waar het zal eindigen. Dan zit er geen maat op...’ De eigenzinnige kunstenaars Mon, Braem en Dree zijn het voor één keer roerend met elkaar eens. In Vakman, een luchtige familievoorstelling mét diepgang van het Bossche theatergezelschap Artemis ontmoeten de vrienden elkaar in het atelier van kunstschilder Vakman. Hun vriend is ongeneeslijk ziek en hij heeft zijn kunstbroeders gevraagd om in elkaars bijzijn hun slechtste werk te
verbranden. Zijn atelier staat aan de randen vol met raamwerken en schilderijen met lakens erover. In de voorstelling verschuiven die attributen geleidelijk naar het midden met als blikvanger een container met daarin de brandende schilderijen. Het langzaam dichtgroeiende decor is in overeenstemming met de manier van schilderen die de kunstenaars voor ogen hebben: werken vanuit de randen. Een vervreemdend effect is de rol van de technici. Die lopen in beeld en doen ongestoord hun werk. Het thema van Vakman is autonomie. De kunstenaars beschikken over grillige, eigengereide karakters: Dree is emotioneel en losgeslagen, Mon is de afstandelijke theoreticus, Braem is een bruggenbouwer en Vakman is de rouwdouwer.

Ze vinden elkaar in hun aversie tegen compromissen en hun ongenoegen over amateurs die zich kunstenaar durven noemen. Maar de vier hebben elkaar ook hard nodig om hun autonomie te scherpen en dat mag over de rug van de ander. Hun vriendschap is niet vrij is van beledigingen, frustraties en minachting. De voorstelling kent een flinke vaart, waarbij het zonde is dat de acteurs soms sneller spreken dan het publiek kan luisteren. Dat verandert als Vakman (Fabian Jansen) zich tot het publiek richt en laconiek opmerkt dat hij doodgaat. De energie die tot dan toe op de speelvloer bleef hangen, zweeft dan als een wolk boven de tribune. Niet veel later krijgen de uitstekende
acteurs de toeschouwers zover dat die meezingen en meeklappen. Die jolige sfeer krijgt een vervolg met het onhandig met stokjes eten van een Japanse maaltijd. ‘Vakman’ is gebaseerd op een raamvertelling van Josse de Pauw. Door improvisatie kregen de karakters vorm en ontstonden prachtige, puntige dialogen. Maar op de sterke karakters zit geen maat en en hun verhoudingen overschaduwen de verhaallijn. En zo lijkt het dat de voorstelling nadrukkelijk wél vanuit het midden is gemaakt. 11 november 2009 Brabants Dagblad © Joost Goutziers


Geen kloddertjes en kliedertjes, maar hoe het wel moet? Lastig. 'Over de vogel moeten we het hebben, de vogel in ons, steeds weer. Vliegen is de ambitie. Voor minder doen we het niet', dicteert de oudste van vier kunstenaarsvrienden in Vakman. Ze leggen de lat hoog, voor zichzelf en elkaar. Conformisme en middelmaat zijn uit den boze. Ieder schilderij moet beter, spannender en origineler. Geen kloddertjes en kliedertjes. Niet in het leven, niet in de kunst. Hoe het wel moet? Tja... lastig. De oudste en beroemdste heeft al tien jaar niks nieuws meer gemaakt. Zo lachen, kletsen en dicteren ze anderhalf uur om de hete brij heen. Ze ontmoeten elkaar bij de jongste (bijnaam: Vakman). Hij is op zijn 27ste al terminaal - kanker - en wil definitief afrekenen met de middelmaat. De vakbroeders beloven hun slechtste werk te verbranden. Die daad verrichten ze op toneel - de meest dynamische scène - te midden van twee technici die af en aan lopen met kabels en rekwisieten (lees: het scheppingsproces van de voorstelling). Uit de vernietiging groeit iets nieuws, en ja, zo zal het ook met het leven gaan (hopen ze). Maar uitspreken kunnen ze die troost niet. Over emoties praten gaat moeilijker dan over vorm, kleur en concepten. Theater Artemis presenteert in Vakman vier originele acteurs in een vriendschappelijk verbroederingsritueel. Maar de ontmoeting tussen seheppen en vernietigen, vriendschap en afscheid verloopt nogal rommelig. De losse tekst van Josse de Pauw laveert er net langs; het onderwerp is bovendien te abstract voor de leeftijdsgrens van negen jaar. Gelukkig zijn de vier totaal verschillende acteurs ervaren genoeg voor amicale improvisaties. Maar Vakman blijft slechts een middelmatig vervolg op het hilarische en prijswinnende Pakman (2007), ook een samenwerking van regisseuse Floor Huygen en acteur Bruno Vanden Broecke. En riep Mon niet: 'Weg met de middelmaat'? 20 november 2008 de Volkskrant © Annette Embrechts


Gebrek aan verhaal stoort in ‘Vakman’

Deze herfst tourt het Brabantse gezelschap Artemis met de voorstelling ‘Vakman’ door Nederland en België. Het stuk is na ‘Pakman’ (2006) de tweede samenwerking tussen artistiek leider Floor Huygen en acteur Bruno Vanden Broecke. Resultaat: een stuk over vriendschap en kunst, waarin sterk spel het moet afleggen tegen gebrek aan inhoud.

In een morsig atelier ontmoeten drie bevriende kunstenaar elkaar. De een is een ingetogen schrijver, de ander een eigenzinnige schilder en de derde een docent wiens artistieke carrière al jaren stil ligt. En dan is er nog Vakman, de vierde kameraad. Hij is iemand om tegen op te kijken. Anders dan de rest beheerst Vakman zijn beroep tot in de puntjes en kent geen onzekerheid en twijfel. Vakman zal binnenkort sterven en daarom stellen de vrienden deze avond een grote daad: ze zullen allen hun slechtste werk verbranden. Dat blijkt moeilijker dan gedacht.

Dit is in het kort het plot van ‘Vakman’. Tekstschrijver Josse de Pauw baseerde de personages op kunstenaars als Karel Appel en Francis Bacon. Vanuit gesprekken en improvisaties kreeg de voorstelling zijn uiteindelijke vorm. Die vier vrienden praten in de voorstelling over grote thema’s als vriendschap, de dood en het kunstenaarschap.

De dialogen zijn geestig maar abstract, en het is de vraag of ze voor iedereen vanaf negen jaar –de doelgroep van de voorstelling – goed te volgen zijn. De gesprekken worden steeds afgewisseld met stukken waarom fysiek spel de boventoon voert, wat zorgt voor dynamiek. Bijzonder element aan de voorstelling is de techniek: de technici lopen niet achter, maar voor de schermen en maken zo onderdeel uit van de scène. Dit is vaak vermakelijk, maar leidt ook af.

De karakters in ‘Vakman’ zijn grappig. Het zijn typische kunstenaars: eigenzinnig, ijdel en onzeker. De personages zijn geschreven met de acteurs in het achterhoofd, en dat is merkbaar. Ze passen uitstekend bij hun rollen en het spel is sterk en energiek. Vooral Stefaan Degand blinkt uit in zijn rol als de emotionele alcoholist Dree.

Helaas redt de voorstelling het daar niet mee. Waar het aan ontbreekt, is inhoud. De personages blijven vragen oproepen. Waar kennen de vier elkaar van? Wat is hun achtergrond? Waar komt hun waardering voor Vakman vandaan? De kijker moet er naar gissen. De voorstelling verliest hiermee kracht en geloofwaardigheid. Een gemiste kans, want het scenario en het spel verdienen meer. Theatercentraal.nl - Reineke de Vries © 25 november 2008


Een vreugdevuur van slechte kunst

Vakman is de sequel van Pakman. Klinkt logisch, maar (1) wat is Pakman en (2) waarom moet u Vakman zeker gezien hebben?

In 2006 scoorde Theater Artemis met Pakman, een prettig anarchistische voorstelling van Bruno Vanden Broecke, Nico Sturm, Raven Ruëll en Michiel Van Cauwelaert. Vakman geldt als een sequel, al blijft van de vierkoppige ploeg maar één acteur over, Vanden Broecke.

Net als in Pakman vindt in Vakman een reünie plaats op scène. Vorige keer ging het om volwassenen die samen op school hadden gezeten en zich een avondje lieten gaan in regressie. Dit keer komen drie kunstenaars en een oudere docent samen in het atelier van één van hen, Vakman genaamd. Hij is het grootste talent van hen; dat wordt algemeen erkend.

Maar Vakman is dodelijk ziek. Deze avond zal zijn laatste worden. Hij heeft zijn vrienden gevraagd hun slechtste kunstwerk mee te brengen; er zal een vreugdevuur van slechte kunst worden aangelegd. En niet alleen de aanleiding is treurig, ook de zelfreflectie die ze uitlokt. Geconfronteerd met hun succesvolle collega moeten de vrienden zich afvragen waar het bij hen is misgelopen.

Wie Pakman niet gezien heeft vraagt zich allicht af: zal ik hier wel iets aan hebben? Ja, want de voorstellingen sluiten qua plot niet op elkaar aan. De dynamiek zit hem in de compositie: een bewust schots en scheef aan elkaar geniete reeks scènes, flarden dialoog, gezangen, nu een ‘klassiek’toneel, dan weer in rechtstreekse communicatie met het publiek.

Het is moeilijk te zeggen waarom dit collagetheater wél overtuigt, terwijl veel voorstellingen in het genre roemloos ten onder gaan. De mayonaise ‘plakt’, omdat er in de sfeer continuïteit is op scène. Dat de technici stoïcijns over het podium lopen, helpt. Dat er een basistekst was, van Josse De Pauw, maakt ook een verschil.

Vakman is meeslepend theater, met goed ensemblespel én een glansrol voor Stefaan Degand. Ongelukkige liefde, de vernietiging van kunst, vervlogen jeugddromen…: zijn dit thema’s voor kinderen vanaf 9? Ja, toch. Tenminste, als ze worden aangeboden als een bouwpakket van losse scènes, speels en uitdagend tegelijk. Vakman verbloemt de harde feiten niet en zit toch vol hartverwarmende momenten. Vakwerk. De Standaard - Mark Cloostermans © 5 december 2008


Vakman volwassen toneel voor jeugd

Wat bepaalt het succes van de kunstenaar? Publieke waardering, geld, respect van collegae? In ‘Vakman’ van Theater Artemis besluiten vier kunstenaarsvrienden de geschiedenis een handje te helpen bij de beoordeling van hun werk. De jongste van hen, Vakman, is terminaal ziek en heeft zijn collegae uitgenodigd om hun slechtste werk ritueel te verbranden. Dit gegeven verleidt de vrienden tot onnavolgbare redenaties over het symbolisch gehalte ervan, en daarmee start een wervelend viergesprek van ruim een uur.

De dramatische, in een alcoholroes verkerende Dré heeft slechts één werk meegenomen, niet van hemzelf. De oudere, sterk op Karel Appel gelijkende Mon heeft té veel troep gemaakt. Hij laat zijn selectie per kar aanvoeren door Braem, een hippieachtige performance kunstenaar die zijn verzamelde gedichten en dagboek heeft meegebracht. Onder invloed van drank, sigaretten, het eigen ego en hogere kunstopvattingen filosoferen ze door. Vakman heeft al zijn werken ‘aan de kant gezet,’ constateren de andere drie. ‘Heel interessant’, vindt Braem de manier waarop hij ‘het centrum leeg houdt’. Mon mag dan verstand hebben van kleuren en verf (,,Ik leer iedereen in een uur, in een week schilderen.”), maar verder is kunstenaar zijn een kwestie van dilettantisme: een filosofietje hier, een vrijblijvende gedachte daar, een liedje, een muziekje en een vleugje kunstgeschiedenis, en dan maar vrij associëren.

Ongehinderd door conventies, kennis of remmingen laten de vier schoonheid ontstaan die nauw verbonden is met hun eigen persoon. Zij discussiëren, ruziën en lachen, kwetsen elkaar door hun egoïsme (,,Ik dacht dat jouw moeder Japans was.” ,,Nee, mijn vader zat in een Jappenkamp.”), maar steunen onvoorwaardelijk elkaars genialiteit. ,,Iedereen is tegenwoordig lekker creatief. Maar wij zijn kunstenaars.” ,,Hij moet niet piekeren, hij moet ontploffen,” zegt Mon over Vakman. ,,De realiteit zijt gij,” zegt Dré tegen hem. ,,Ik sluit geen compromissen,” zegt Dré over zichzelf. ,,Succes is een keuze,” aldus Mon. ,,Laat mij toch mijn liedje zingen en gedichtje doen,” verzucht Braem. Als de vlammen uit de met tegenzin afgestane kunstwerken slaan, is er een moment van bevrijding; van hun werk, van henzelf, en van de Kunst. Maar niet lang daarna vissen de kunstenaars de door het vuur aangetaste doeken uit de container en stellen ze op de tafel ten toon. De vrienden zijn terug bij zichzelf en terug bij af. Een volwassen voorstelling voor een jeugdig publiek. Leeuwarder Courant - Ilja van den Broek © 8 december 2008


Mislukte kunstenaars in Vakman

Iedereen zou wel een echte kunstenaar willen zijn. Iemand die zich met volle overgave wijdt aan dat wat volgens hem de wereld verbeeldt, bekritiseert, verandert. Iemand die compromisloos in strijd gaat met alles wat nu eenmaal zo hoort. Artemis doet met Vakman een onderzoek naar eigenzinnigheid, 'als tegengif tegen de drang om zich aan anderen aan te passen.' De ware Kunstenaar is bij uitstek eigenzinnig, zo redeneert de groep. Het maakt nieuwsgierig naar hoe regisseuse Floor Huygen en haar vier acteurs die ultieme eigenzinnigheid verbeelden.

Dralende personages

We zijn op een onbestemde plek. Aan coulissen wordt niet gedaan. We zien een zinken vuilniscontainer, schilderdoeken bedekt met mat plastic, een boksbal, een platenspeler gekoppeld aan een box en een zooitje toneellampen op rijdende statieven. Technici dralen over de toneelvloer, hier en daar drukken ze op een knopje of stellen ze een lampje. Tussen hen door dralen ook Mon, Braem en Dree. De drie kunstenaars hebben hier afgesproken met hun terminaal zieke vriend Vakman. Ze hebben hun slechtste werk meegenomen om het, naar Vakmans wens, ritueel te verbranden. Alleen het ultieme is goed genoeg.

Vier kunstenaars

Dree (Stefaan Degand) is een forse vent met lakhaar die zijn emoties niet de baas kan en het dikwijls op een groots en meeslepend janken zet. Mon (Bert Luppes) is zijn tegenpool. Hij is docent geworden en probeert alles, kunst en leven, in rationele analyses onder te brengen om zijn grip op de werkelijkheid niet te verliezen. Braem (Bruno Vanden Broecke) kan geen keuzes maken, loopt met opgetrokken schouders rond in een poging zich onzichtbaar te maken en mijdt met onderdanige blik ieder conflict. Zelfs zijn lange, dunne haren lijken het resultaat van zijn onvermogen de beslissing te nemen de schaar erin te zetten. En dan is er Vakman, het grote kunstenaarstalent van de vier, van wie we niet veel meer te weten komen dan dat hij terminaal ziek is. Hij houdt zich afzijdig uit discussies, lijkt erboven verheven.

Desillusie en mislukking

Vakman is grof gezegd opgebouwd uit drie elementen. Ten eerste zijn er de scènetjes die de personages van de vier verbeelden. Zo is bijvoorbeeld aan de manier waarop de vier hun mie met stokjes eten hun karakter af te lezen. Mon tilt de slierten met de stokjes overdwars uit zijn kom, denkt na over hoe hij de mieklont in zijn mond moet krijgen en komt aan eten niet toe. Dree gooit zijn hele kom om bij gebrek aan controle. Vakman eet zijn mie zoals je mie hoort te eten. En Braem imiteert hem. Deels improviserend verbeelden de acteurs op vaak hilarische wijze het rijtje steekwoorden dat ze over hun personage hebben opgesteld. In theorie zijn die steekwoorden goed gekozen en steken de verschillende karakters mooi tegen elkaar af. In praktijk valt er weinig te raden bij de vier. Wat door hun eigenschappen vooral opvalt is de desillusie, de mislukking van de personages. Van allevier. Dit zijn geen kunstenaars, dit zijn vrienden die ooit de ambitie hadden kunstenaar te worden en daar jammerlijk in gefaald zijn.

Kunstenaarsvuur ontbreekt

Ten tweede is er een stel dialogen over wat kunst zou moeten zijn, deels ontleend aan interviews met echte kunstenaars. Deze dialogen ontstijgen de clichés nauwelijks en geven slechts een afstandelijk beeld van wat een kunstenaar zou moeten zijn. Ook hier geldt dat je twijfelt aan het kunstenaarschap van de vier mannen. Een hoop gelul erover, maar het werkelijke, ongrijpbare kunstenaarsvuur ontbreekt.

Schoonheid in de mislukking

En tenslotte is er het ongedefinieerde gedeelte van de voorstelling, verreweg het meest interessante. De personages zetten terloops een muziekje op en weer af. Lopen wat rond of blijven wat staan. Kijken naar elkaar, naar een willekeurig stukje muur of helemaal nergens naar. Momenten van inkeer, leegte. Op die momenten biedt de voorstelling ruimte tot introspectie. Zijn we niet allemaal mislukte kunstenaars? En als dat zo is, in hoeverre is dat dan mislukt? Zit hem de schoonheid niet in de mislukking? Hoe prachtig is het niet om die vier mannen, kinderen eigenlijk nog, door de ruimte te zien struinen; die transparantie, die terloopsheid, die onschuld, wanneer ze even op zichzelf teruggeworpen zijn.

Rauw randje

Vakman gaat over vier vrienden die kunstenaar zouden willen zijn. Huygen laat de voorstelling bewust onaf, imperfect, daardoor krijgt hij een rauw randje. Al improviserend dagen de acteurs elkaar en zichzelf uit en hoewel we niet merken wat vaststaat en wat niet, is ook die spanning voelbaar. Op de momenten waarop stevig aan de handrem getrokken wordt en zich een onbestemde leegte aandient, raakt Vakman soms heel even de kern van dat waar de voorstelling over pretendeert te gaan. Dat is eigenzinnigheid. Dat is kunst. 8 december 2008 Deadline.nl © Shira Keller 


Theater Artemis :: Vakman

Acteurs die zich verplaatsen in het leven van de kunstenaar, we hebben het al eerder dit seizoen gezien, denk bijvoorbeeld maar aan Kunstminnende Heeren van Olympique Dramatique. Ook Theater Artemis werkt dit onderwerp, met de bijhorende levensvragen, verder uit in Vakman, het vervolg op het drie jaar geleden gemaakte Pakman.

Op scène bevinden we ons in het atelier van Vakman, een plaats waar alles in het teken staat van de schilderkunst. Hier hebben onze vier vrienden Braem, Dree, Mon en Vakman afgesproken om hun slechtste werk te verbranden. Een hele onderneming die doorspekt wordt met het ophalen van herinneringen, poëtische filosofie, veel kunst en de nakende dood van Vakman. Doorheen hun verhalen wordt het duidelijk dat deze vier al heel wat meegemaakt hebben met elkaar, maar dat geen enkel verwijt of belediging hun vriendschapsband kan aantasten.

Niet alleen de vriendschap staat centraal, ook de eigenheid van de vier personages komt aan bod: elk hebben ze hun eigen kwaliteiten, gebreken, vreemde trekjes en een verschillende omgang met de ziekte van Vakman. Hoeveel ze ook filosoferen of zichzelf aan de hand van hun teksten of liedjes willen uitdrukken, het is hun houding tegenover Vakman die de ware aard van hun zijn uitdrukt. Het is op die momenten dat hun gevoeligheden, tederheid en zwakke plekken naar boven komen drijven.

Het is ook op deze momenten dat de tekst, geschreven door Josse De Pauw en aangevuld met bestaand materiaal van verschillende kunstenaars, zijn essentie toont. Waar hij op andere momenten te veel uitwaaiert, te hoogdravend is en nu en dan de onderlinge samenhang verliest, weet hij hier de nagel op de kop te slaan.

Ook het spel weet niet altijd te overtuigen. Vooral de Vlaamse acteurs Bruno Vanden Broecke (Braem) en Stefaan Degand (Dree) spelen te dicht op de grens met het clichématige: de huilende diva en de zonderlinge duizendpoot. Door dit uitvergroten halen ze de oprechte eigenheid en de geloofwaardigheid van hun personage onderuit. Ook het onderwerp autonomie of de eigenheid van de kunstenaar, waar Artemis het over wil hebben in deze voorstelling, wordt onvoldoende uitgewerkt, waardoor dit thema een beetje verloren gaat tussen de andere thema's, zoals vriendschap en het kunstenaarschap.

De acteurs aan Nederlandse zijde, Bert Luppens (Mon) en Fabian Jansen (vakman), weten consequenter een lijn te vinden in de spontaniteit van hun spel waardoor ook de authenticiteit van hun personage in stijgende lijn verloopt.

Naast de vier hoofdpersonages lopen ook de technici nog druk te wezen op scène. Ze verslepen spots, kabels en ander materiaal en voorzien de acteurs van eten en drinken. Daardoor lijkt het alsof de acteurs midden in een verhuis staan te spelen , op zich niet erg, maar de beweegredenen voor dit hectisch heen-en-weergesleep zijn echter niet altijd duidelijk of relevant en maken aldus het meeleven met de voorstelling bij momenten nog moeilijker.

Vakman verliest te veel de pedalen en weet daarom in zijn geheel maar moeilijk te beklijven. Sommige thema's, vooral de eigenheid van de mens, vinden niet echt hun weg naar het publiek waardoor we een beetje op onze honger blijven zitten en niet direct aansluiting vinden met deze voorstelling. Hopelijk draait het volgende stuk, ook over autonomie en de onzekerheid over jezelf, Ribstuk, beter uit en weten de makers daar in te pikken op de kansen die ze hier hebben laten liggen. 3 december 2008 © Carmen Van Cauwenbergh

 


venster slepen
venster slepen


Theater Artemis/Theaterfestival Boulevard, Den Bosch

 




Jetse Batelaan is artistiek leider van Artemis. De dag dat de papegaai zelf iets wilde zeggen wordt zijn eerste voorstelling bij Artemis - april/mei 2014.

 


VOORUITBLIK

Theaterfestival Boulevard, augustus - Stel je heet Peter en iemand schrijft een toneelstuk voor jou. Wat als dat stuk 'Peter Pan - De Jongen Die Nooit Volwassen Wilde Zijn' is en iedereen jou vanaf dat moment Peter Pan noemt, terwijl je dat niet bent, niet wilt zijn, ook niet zou kunnen zijn, want het is slechts een fantasie. Fabian Jansen pakt voor Never never wonder opnieuw een fascinatie uit zijn jeugd op: de wens om te vliegen.  


2013/14

september/november 2013 - Wagenspel#3: GOED KWAAD "MacBeth op het schoolplein" van Erik-Ward Geerlings, voor kinderen vanaf 6. Spel Niek van der Horst e.a. Regie Sanne Nouws.

januari/april 2014 - De man die alles weet van Jetse Batelaan bij Maas theater en dans. Artemis werkt mee aan deze voorstelling en produceert samen met Antigone BEKDICHTZITSTIL - februari/mei 2014.

 





 

Voorstellingen Theater Artemis Nieuws Verdieping Beeld & geluid Praktisch Reacties Informeer mij Home