
Het café lijkt uit een ander tijdperk te stammen. Een viertal tafeltjes, de iconische sanseveria’s, een dobbelbak waarrond zich vijf geblokte Kortrijkzanen hebben verzameld. Achter de toog: een oud mannetje met een snor en een brede glimlach. Koffie heeft hij niet. De Nederlandse tongval waarmee Floor Huygen dan maar schuchter een ‘pintje’ vraagt, doet de spelers heel even opkijken van hun bak. Daarna klateren de dobbelstenen ongestoord verder.
Het Nederlandse Theater Artemis viert in 2010 zijn twintigjarige bestaan, met een lustrum onder huidig artistiek leider Floor Huygen. Ik ontmoet Huygen in Kortrijk, waar die avond de Belgische premičre van Mouchette plaatsvindt. Voor ons gesprek wil Floor graag een cafeetje opzoeken met wat couleur locale. Altijd weer: die nieuwsgierigheid naar de authenticiteit van een plek, een stad, een mens.
De jeugdtheaterbril
Theater Artemis werd in 1990 opgericht door Pauline Mol. Het opzet van Mol was idealistisch en emanciperend tegelijk: breken met het betuttelende jeugdtheater en producties maken waarin kinderen serieus genomen worden. Tekst vormde van meet af aan een belangrijke pijler. Mol regisseerde zelf niet maar schreef teksten en bewerkte de grote klassiekers voor kinderen. Voor de regie haalde ze externen in huis. Op die manier stootte ze op Matthijs Rümke, die in 1998 de fakkel zou overnemen. Rümke streefde ernaar de focus van Artemis te verbreden naar een veelvormig theater dat naast tekstueel ook beeldend, naast in de zaal ook op straat zou werken. Wanneer Floor Huygen het in 2005 overneemt van Rümke, besluit zij dat veelvormige spoor te volgen. Maar ze brengt ook haar eigen bagage mee.
Huygen, opgeleid aan de Toneelacademie van Maastricht, begint haar carričre bij… Dirk Pauwels. De Vlaamse theatermaker en huidig artistiek leider van CAMPO had Huygen zien spelen en vraagt haar voor de voorstelling Sirene (1984). Van de ene Gentenaar gaat het naar de andere, want vervolgens raakt Huygen bij de équipe van Arne Sierens voor De reis naar het donkere continent (1985). Nadat ze een tijdje in Gent heeft gewoond keert Huygen terug naar Maastricht, waar ze haar eigen gezelschap La Meuse opricht een zich voor het eerst toelegt op regisseren. Een aantal omzwervingen later (onder meer bij de Brakke Grond, het Vervolg en het Kruis van Bourgondië) strijkt Floor Huygen neer bij het toenmalige Theatergroep Hollandia. Daar maakt ze onder Johan Simons een aantal ‘interviewstukken’. Op dat punt in haar carričre is ze gekomen, wanneer in 2005 het artistiek leiderschap van Theater Artemis lonkt.
Het klinkt paradoxaal, maar de grootste vernieuwing die Huygen bij Artemis teweeg brengt is het feit dat ze radicaal weigert om te veranderen, of beter gezegd: dat ze als maker uit het volwassenencircuit weigert een ‘jeugdtheaterbril’ op te zetten. Huygen wil het spoor dat ze bij Hollandia aan het uitzetten was aanhouden. De eerste productie in haar nieuwe huis is dan ook een interviewstuk: Lizzy wil meer! (2005) ontstaat op basis van de interviews met een achtjarig meisje en een filosoof. ‘Ik stel eisen aan theater zoals ik dat deed toen ik enkel voor volwassenen maakte. Ik onderzoek onderwerpen die zowel kinderen als volwassenen aan het hart liggen’, zegt Huygen daarover. Toch blijkt het leeftijdslabel, dat bij Artemisproducties steeds een ondergrens in leeftijd aanduidt, meer incontournable dan gedacht. ‘Je kunt niet over alles spreken – er zijn nu eenmaal problematieken die specifiek zijn voor de leefwereld van volwassenen. Er zijn dus heel veel stukken die ik niet kan doen. En dan vloek ik wel eens, ja. Maar er blijven zoveel onderwerpen over waarover ik wél kan spreken. Ook al moet ik er dan voor kinderen een andere insteek, een toegankelijke vorm voor bedenken.’
Verzet
Huygen begint aan een reeks geclusterde voorstellingen die draaien rond het thema ‘groei’: na Lizzy wil meer! (2005, groei van de media) volgen onder meer De sjeik is rijk (2006, economische groei) en Pakman (2006, groei naar volwassenheid). Met Haast of de Kokadrielje (2006) vat Huygen een volgende cluster aan rond ‘het verstrijken van de tijd’. Het valt op dat in de benadering van de thema’s een stil verzet schuilt. Groei blijkt in veel voorstellingen een oproep tot dosering, het verstrijken van de tijd thematiseert net een tekort aan traagheid. Floor Huygen bloost een beetje, wanneer ik haar daarop wijs. ‘Het klopt. Ik heb moeite met deze tijd, met het grote, het snelle, het massale. Het machinale ook. Ik vind dat we ons te veel laten leiden door machines, dat we er de slaaf van zijn. Het is toch zonde om te gaan fietsen in de natuur met een iPod op je oren? Het is zoveel fijner om je zintuigen te gebruiken, om het te doen met wat je hebt aan communicatiemiddelen. Ik schaam me soms een beetje voor die houding, hoor. Mensen zeggen vaak: ‘Ga toch mee met je tijd’. Maar ik kan dat niet. In die zin hoop ik dat m’n voorstellingen uitnodigingen kunnen zijn voor kinderen en volwassenen om opnieuw zélf op zoek te gaan naar schoonheid, gevoeligheid en poëzie.’
Het zuivere, het elementaire, dat wat dicht bij jezelf staat… Het zijn allemaal begrippen die als een kruimelspoor door ons gesprek lopen. Een verlangen naar echtheid blijkt fundamenteel ook de reden dat Huygen gekozen heeft voor theater. ‘Het prachtige aan theater is dat het in levende lijve gebeurt, dat het gemaakt wordt door mensen van vlees en bloed. Je doet het met wat je bent, met enkel je lijf en de taal verbeeld je een hele wereld. Niets in de handen, niets in de mouwen.’
Autonomie
Een derde cluster aan voorstellingen, startend met Vakman (2008), gaat over autonomie – nog zo’n sleutelbegrip. Het speelt niet alleen inhoudelijk een rol in voorstellingen als Ribstuk (2009) en het bekroonde Woeste hoogten, rusteloze zielen (2009, Theaterfestival 2010, Gouden Krekel 2010), het bepaalt ook de beleidslijnen die Huygen als artistiek leider uitzet. Het bewaken van autonomie ligt zo aan de basis van de beslissing om geen of nauwelijks nog schoolvoorstellingen te spelen. ‘In schoolvoorstellingen worden kinderen meegesleept door de dynamiek van de groep. De collectiviteit van zo’n groep vernietigt het vermogen om zelf te kijken, zelf na te denken.’ Terwijl theater voor Huygen bij uitstek de plaats is waar een mens kan onderzoeken wat er in hem brandt. Elke voorstelling is een uitnodiging om zichzelf beter te leren kennen.
Tien voor Taal
Het boek Zes theaterteksten voor vele leeftijden bundelt de opmerkelijkste theaterteksten uit het parcours van Huygen. Het valt op dat Artemis in een wereld vol beeldcultuur teruggrijpt naar een bijna ‘ambachtelijke’ manier van maken. Essentieel is de schoonheid van de taal. Huygen kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het woord is: ‘Pedagogen vinden vaak dat je kinderen niet kunt benaderen met ‘moeilijke’ taal. Terwijl het juist zo belangrijk is dat ze gevoelig worden voor woorden. Taal is toch wat ons tot mensen maakt?’ Bij gebrek aan een geschikt repertoire voor jeugdtheater engageert Artemis geregeld eigentijdse schrijvers – niet zelden uit de ‘volwassenenliteratuur’ – voor nieuwe teksten. Ze leveren teksten die de tijd vatten, maar vrij zijn van elke ‘taalverkleutering’. Opnieuw blijkt uit dit gevecht om de taal hoezeer Floor Huygen streeft naar een gelijkwaardige benadering van kinderen en volwassenen.
‘Theater voor vele leeftijden’ is daarom meer dan de titel van een boek, het is de slagzin van een missie. Artemis tracht de grenzen tussen jeugd- en volwassenentheater te slopen, in functie van het theater én in functie van het publiek. ‘Voor een voorstelling is een gemengd publiek absoluut een meerwaarde – het verplicht de maker om op meerdere lagen tegelijk te werken en zijn voorstelling dus complexer te maken. Bovendien zijn de acteurs minder kwetsbaar wanneer ze spelen voor een gemengde zaal.’ En vanuit het standpunt van het publiek? ‘Een gemengd publiek reflecteert op verschillende manieren over de voorstelling, en speelt die reflectie aan elkaar door. De dynamiek in zo’n zaal is veel rijker dan in een zaal met enkel kinderen of enkel volwassenen. Een verrijking die in het dagelijkse leven trouwens nog zelden te beleven valt. Alles is tegenwoordig opgesplitst in strikt gescheiden doelgroepen. Terwijl kinderen net zoals volwassenen worstelen met vriendschap, verbeelding, familie, betovering, verbazing, dood, onmacht. Theater biedt een plaats waar ze met elkaar over die thema’s kunnen praten, waar ze wat ze gemeenschappelijk hebben kunnen delen.’
Mouchette
Het is geen toeval dat dit Nederlandse gezelschap ter ere van zijn jubileum kiest voor Mouchette, de oer-Vlaamse parel waarmee Arne Sierens in 1990 doorbrak. Het is het verhaal van twee verloren zielen die elkaar treffen: een jong kind dat te snel volwassen moet worden, een eenzame man op zoek naar warmte. ‘Het mooie aan de tekst is dat er eigenlijk niets in gebeurt’ zegt Huygen. ‘Het zijn hele kleine scčnetjes, niet meer dan situaties. Sierens laat alles over aan je verbeelding.’ We verdenken Huygen er sterk van een Vlaamse ziel te hebben. Wat anders te denken, gezien Huygens opleiding, parcours en de prominente aanwezigheid van Vlaamse acteurs in haar producties? ‘Het is waar, ik hou erg van Vlaamse spelers. Ze staan subtieler op scčne, minder assertief. Ze leggen een poëzie in hun spel die aansluit bij wat ik wil maken, en misschien ook wel bij wie ik ben. Ik heb me bijvoorbeeld altijd meer thuis gevoeld in Vlaanderen dan in Amsterdam, waar ik de omgang zo bruut vind. Ze zeggen dat het komt omdat de Amsterdammers in oorsprong kooplui waren, en mondigheid daarbij essentieel was. Zelf heb ik die mondigheid nooit echt meegekregen. Ik ben anders.’
Het is plots acht uur, dat wordt rennen voor Mouchette. We rekenen af, het oude mannetje opent voor ons de deur, die al in het slot zat. ‘Voor de poes’, legt hij uit. We glimlachen en knikken. Op weg naar de zaal pols ik nog even naar Artemis’ toekomstplannen. Die blijken te draaien rond de ‘grote verhalen’ waarvan Huygen na Woeste Hoogten de smaak te pakken heeft. Voor de rest ligt alles open, zolang het ontstaat uit noodzaak: ‘Ik vind het fijn dat ik niet alles weet. Dat ik vrij ben om gegrepen te worden, door iets waarvan ik vind dat het gezegd moet worden.’
Ons Erfdeel - Evelyn Coussens
januari 2011

VOEL
JE
GEROEPEN
brochure 2011-2012
THEATERPRIJS 2011
"Artemis staat garant voor durf, moed verrassing, continuďteit en een hoge artistieke kwaliteit van producties. Inhoudelijk en artistiek staat voortdurend iets op het spel." >>