venster slepen

>>  

 

 


 

 

STAAT VAN HET JEUGDTHEATER
geschreven en gesproken in De Krakeling op zondag 12 sep door Noel Fischer / BonteHond.

 

 

 

Theatermaker in Almere...

De snelstgroeiende stad van Nederland : Almere.
De grootste concentratie jonge gezinnen met jonge kinderen : Almere.
De minste vergrijzing van Nederland: Almere.
Het grootste percentage laagopgeleide mensen met een klein tot middeninkomen: Almere.
Het kleinste percentage hoogopgeleide mensen met een hoog inkomen: Almere.
De goedkoopste koop- en huurwoningen in de randstad: Almere.
Het grootste aantal wurghypotheeken en DSB-klanten: Almere.
Het hoogste percentage verhuizingen binnen een stad per gezin per jaar: Almere.
Het grootste aantal echtscheidingen waarbij kinderen zijn betrokken: Almere.
De grootste samenballing van éénoudergezinnen: Almere.
Het grootste aantal basischolen van beroerde kwaliteit: Almere.
De eerste stad waar de PVV de grootste partij bij de gemeenteraadsverkiezingen werd: Almere.
Binen de tien grote steden van Nederland, de stad met de laagste , slechtste cultuurparticipatie: Almere.
Welkom in Almere: standplaats van BonteHond, jeugdtheatergezelschap EN productiehuis voor nieuwe theatermakers in het jeugdtheater.

 


Dit is Rixt. Rixt is 12 jaar. En komt uit: Almere.
Rixt is mijn publiek. Maar ze staat ook zelf op het toneel. En speelt in de nieuwe voorstelling van Alexandra Broeder bij BonteHond.
Het is dus niet zielig dat Rixt hier de hele tijd op het toneel zit, want doet ze het allerliefst. En later wordt ze ook theatermaker: in Almere. Of balletdanseres,w ant dat kan ze ook heel goed...

 

Nu denken jullie misschien : gaat die vrouw alleen maar over Almere praten en die ellende daar. En dat moeten wij aanhoren. Ja. En Nee.
Maar zit een zekere charme aan om hier in Amsterdam over het lelijke, kleine stiefzusje Almere te praten, omdat veel van wat in Almere speelt, een voorland is voor de rest van Nederland. Ik zie Almere als de onderbuik van Nederland. En maak dan je borst maar nat.

 

In deze tijd waarin we in de hele kunstensector zwaar onder druk staan (en dat zal nog toenemen) en iedereen zich opmaakt in de loopgraven en argumenten verzamelt om de kunsten, zeker ook het theater, te verdedigen, wil ik hier NIET staan om te bewijzen dat theater zin heeft, schoonheid heeft, een economische waarde vertegenwoordigt, relevant is voor de samenleving en nog veel meer.
En dat we zo hard werken voor zo weinig geld en zo veel moeite doen om ons publiek te bereiken. 

 

Dat we bestaansrecht hebben, dat we mooie, goede dingen maken (en soms ook helemaal niet), dat we het publiek iets geven. Want dat doen we. We geven, we geven veel en we nemen weinig. Relatief heel weinig.

 

Wat zo ontzettend jammer is aan Nederland is dat je in dit land (in vergelijking met Duitsland of Belgie) kunst geen enkele vanzelfsprekendheid geniet. Het is de wet van de omgekeerde bewijslast: wij moeten zelf bewijzen dat we er toe doen. En wel permanent.

 

Maar dat weten jullie allemaal al. Daar moet je waarschijnlijk dagelijks al over delibereren. En al die argumenten komen mijzelf zo onderhand ook de strot uit.
Dat dat zijn de dingen waar ik het vandaag dus NIET over wil hebben.

 

Ik wil jullie vertellen wat ik persoonlijk in een Nieuwe Stad als Almere tegenkom, in de ruim 5 jaar dat BonteHond daar zit. De dingen waar ik tegen aanloop. Hoe je overleeft in zo’n gebied, want eerlijk gezegd lijkt het soms eerder op een cultureel survival kamp, dan op het artistiek leiding geven aan een klein, maar succesvol gezelschap in de groei....

 

Ik wil het hebben over waarom je het doet, waarom je er in gelooft tegen alles in soms, wat de zin is, de betekenis van theater, maar op mijn eigen, kleine, persoonlijke schaal. Want ik kan dat alleen zo doen.

 

Toen ik twaalf was maakte ik mijn allereerste theatervoorstelling mee. Geen jeugdtheater, want dat was er bij mijn weten niet waar ik woonde. Met de klas gingen we naar een Molière-voorstelling.
Voor mij een enorme intense ervaring.
Alle emotionele drukkleppen vlogen er af, ik explodeerde in de zaal, barstte in huilen uit en viel toen flauw. Ze hebben me moeten afvoeren. Tot verbijstering van de rest van de klas. Het is een wat genante herinnering voor mij.

 

Tot dat moment dacht ik dat het van belang was mij aan te passen, om je emoties onder controle te houden, om aan de oppervlakte te leven, om net zo te zijn als de anderen, dat dacht ik.
Dat mensen zo waren en moesten zijn.Want iedereen om mij heen leek zo licht te leven.

 

Ik dacht dat ik alleen was, dat ik de enige was in die Brabantse plattelandsomgeving van aardappelboeren en tuinders, die zo enorm veel zat mee te maken van binnen en te voelen van binnen. En voor mij was het heel moeilijk mij aan te passen, het vroeg om voortdurende emotionele zelfcontrole, en beheersing, om onderdrukking. Om niet af te wijken, om niet op te vallen, om geen aandacht te trekken. Om vooral niet als gek gezien te worden en afgevoerd te worden. Dat zou het ergste zijn. Dat was mijn allergrootste angst. Dat de anderen zouden ontdekken hoe ik echt was en dat ze me op zouden sluiten in een instelling. Zoals ik direct om me heen had zien gebeuren.

 

Met die angst leefde ik als kind tot ik twaalf jaar was en die allereerste theatervoorstelling daar keihard door heen brak, door al mijn zorgvuldig opgebouwde en geheim gehouden muren brak.  Waarom?

 

Ineens zag ik en voelde ik dat er anderen waren die worstelden met de intensiteit van heftige emoties en dat gewoon lieten zien, aan ons in de theaterzaal, zomaar, niet eens in het geheim. Ik kwam erachter dat mijn geheime wereld gedeeld werd door anderen, die ik niet kende, maar die ineens ook bleken te bestaan.

 

Nog meer dan door de schoonheid, de heftigheid, de waarheid, de rauwheid van het theater zelf als kunstvorm werd ik geraakt door de ontdekking van het theater als vorm van leven, als plek, als toevluchtsoord, als huis, als moment van ontmoeting, als troost.

 

In een slechte film zou je zeggen: de Alien die jarenlang als Alien onherkenbaar vermomd onder de mensen heeft gewoond, ontdekt dat er een hele planeet is van aliens en is niet meer alleen. Alien gered!!! Happy ending!! Maar dat is alleen in een slechte film.

 

Wat mij toen heeft doen flauwvallen door een teveel aan emotie is het plotselinge inzicht dat dat de wereld was waar ik wel in thuishoorde, dat dat theater de familie was waar ik niet een afwijking zou zijn.
En dat was zo’n enorme opluchting: dat er anderen zijn zoals jij. Dat iets wat altijd alleen in je binnenwereld heeft bestaan ook in de buitenwereld blijkt te bestaan. Dat er dus een plek is waar je naar toe kunt, dat er een reden is om vol te houden.

 

Toen heb ik een beslissing genomen: ik zou naar die  plek gaan, hoe dan ook, daar ging ik naartoe. Ik ging hier weg, als ik groot was, zou ik ontsnappen uit de benauwdheid, uit de gevangenis.
Ooit zou ik vrij, in die wereld van het theater zou ik vrij zijn en hoefde ik niet meer bang te zijn.

 

Nu ben ik er. En ik ben nooit meer bang. Mij kun je niet meer echt bang maken of bang krijgen. Want angstiger dan toen, dan ik ooit was, zal ik nooit meer zijn.

 

Almere maakt mij niet bang, de opkomst van de PVV daar en in de rest van het land, de toenemende vervreemding en intolerantie onder mensen, de desinteresse en onderwaardering voor cultuur, ik ben niet bang.
Het feit dat je in een stad, een gebied werkt dat drijft op pragmatisme en opportunisme,  dat je met je theaterclubje een eiland vormt, dat je een groepje Aliens bent, dat alle initiatief tot contact en ontmoeting van jou uit moet komen,  maakt me niet bang.

 

Vorig seizoen maakten we bij BH een project met de titel Half Huis in een wijk in Almere. Daarvoor betrok nieuwe theatermaker Judith Hofland een paar maanden een gewoon rijtjeshuis in de gewone, rustige wijk Almere Oostvaarders. Om dat educatief voor te bereiden voor de schoolklassen die zouden komen, gingen Joop Kuyvenhoven en ik samen de straat verkennen. (Want een educatieve dienst dat hebben wij nog niet bij BonteHond...)Dat vanuit het idee : hoe kun je kinderen met nieuwe ogen naar hun eigen omgeving laten kijken.
Maar wat me in die straat het meest heeft getroffen, is de opvallende hoeveelheid strenge bordjes in voortuinen en op voordeuren en ramen:
Privé
Eigen terrein
Niet betreden zonder toestemming
Camera-bewaking
Pas op, mijn hond bijt
Niet aanbellen, wij willen niet gestoord worden.

 

Wij willen niet gestoord worden, want wij willen gelukkig zijn in ons eigen huis met onze eigen tuin met de voordeur op slot, afgeschermd van de buren, en afgeschermd van de straat en eigenlijk afgeschermd van de hele wereld.
Is dat dan een hele gevaarlijke straat in Almere ?
Helemaal niet, er gebeurt helemaal niks, er is bijna niemand te zien. Als je dood neervalt, wordt je de volgende dag pas gevonden...
Behalve kinderen, heel veel kinderen die op straat spelen en nieuwsgierig contact komen zoeken. (Rixt : is dat niet ook jouw straat... Ja)

 

En wat zegt dat nu? Dat verhaal van die waarschuwingsbordjes dan.. Is er een verband tussen deze cultuur van geslotenheid en zelfgekozen sociaal isolement, slechte deelname aan cultuur (en theater) en PVV-sympathisanten... Ja, dat denk ik dus wel..... En dat raakt mij als theatermaker op heel veel vlakken.

 

Het illustreert een ontwikkeling die in heel Nederland aan de gang is, en in Almere misschien nog veel meer, als onderbuik van het land. Een soort nieuwe levensinstelling, een variant op het aloude, bekende NOT IN MY BACKYARD, maar dan omgedoopt en uitgebreid tot NOT IN MY FRONTYARD.
Dat zich niet alleen maar richt op verslaafden, of hangjongeren, of elektriciteitscentrales of glasbakken, die mensen allemaal NIET in hun voortuin willen hebben. Dat begrijp ik ergens wel.
Maar een hele groep mensen wil niet meer meedoen, en zo weinig mogelijk met de rest van de wereld te maken hebben. “Ik woon hier en verder wil ik geen last hebben van niks, het zal wel. “ BLIJF WEG EN LAAT MIJ MET RUST. IK WIL ONDER MIJZELF ZIJN MET GELIJKGESTEMDEN.

 

Ik zie dat als een maatschappelijke tendens. Ik las net deze week in de VN interviews met mensen op de pontjes van en naar Amsterdam Noord die ook precies die instelling hadden. In dat artikel stond: “De bereidwillige wereld van begin jaren 80 is vernauwd tot een afwijzende wereld nu in 2010.”
En stemmen op de PVV of sympathiseren met de PVV is dan een uitlaatklep.
Daar kan ik dubbel over mee praten, want ik woon zelf in Zuid Limburg, ook zo’n gebied waar men nogal met zich zelf worstelt. Alleen in Zuid Limburg verzuipen ze in chauvinisme, nationalisme en Randstadhaat en in Flevoland lijden ze juist aan onderschatting, onderwaardering en zelfhaat. Maar het ligt heel dicht bij elkaar, het zijn twee kanten van dezelfde oudHollandse gulden. En beide gebieden kunnen moeilijk mee komen in de randstedelijke vaart der volkeren. En dat moeilijk verkroppen.

 

Een van de wonderlijke fenomenen in Almere,is, dat iedereen er eens, lang of kort geleden, is komen wonen. Iedereen is als het ware een migrant, maar dan een migrant binnen Nederland. Dat overstijgt kleur en cultuur, dat geldt voor alle Almeerders.
Met alles wat bij migratie hoort: zoals afscheid, verlies, onzekerheid, je aanpassen, een nieuw leven opbouwen, een nieuwe identiteit. Dat is best stressig....

 

Zinnige vraag is waarom vertrekken mensen naar Almere?
Voor een deel zijn dat zichtbare redenen: dat je grote, goedkope woonruimte met een tuin kunt vinden voor je groeiende gezin. En dan komt dat het lekker rustig en groen is. En dat je op straat kunt spelen.
Maar daaronder zitten nog andere redenen verborgen waar mensen niet  over praten: niet alleen dat de grote randstad te vol en te duur is, maar ook dat de grote randsteden te veel en te snel veranderen, dat het er te zwart is, en te competitief is, dat je daar meer je best moet doen, harder moet presteren om het zelfde te bereiken als in Almere. Dat je grotere sociale vaardigheden moet hebben om in de snel veranderende, flexibele grote stad overeind te blijven.
En grote sociale vaardigheden, een sterk sociaal bewustzijn, gemeenschapszin, maatschappelijke extraversie, dat is nou net wat de gemiddelde Almere-migrant NIET heeft. En ook niet zo belangrijk vindt. (Blijkt steeds ook uit onderzoek.) Die Almere-migrant is niet in de eerste plaats op de buitenwereld gericht, en daar past het beschermen van je voortuin ook bij.

 

Ondertussen maak ik theater voor kinderen in Almere, daar ben ik officieel voor gevraagd en gekomen.
Theater dat bij uitstek ook een kunstvorm is die we met anderen beleven, ook een sociaal gebeuren. Maar theater wordt in Almere niet alleen als kunst NIET beleefd, maar ook sociaal NIET beleefd. Dan kom je als theatermaker in een wonderlijke spagaat: want wat doe je ook alweer, voor wie en waarom dan....

 

Maar ja, wat wil je nou. Bedenk een regie-concept op papier en dat komt ook niet tot leven. Een stad bedacht als concept komt ook niet vanzelf tot leven.
Gooi een hele hoop mensen in een beweging zomaar op een kluit, en dan zie je vooral een kluit. En die valt dan uit elkaar. Je hebt dan nog geen gemeenschap.

 

Ik sprak laatst met Piet Piraat, jullie kennen hem vast van de televisie.
Ik ben best bevriend met Piet Piraat, we komen elkaar vaak tegen in de schouwburg, dan doet hij de grote en ik de kleine zaal, en dan praten we altijd even.
Piet Piraat is in het echt overigens een imposante, heel charmante en aantrekkelijke man, zo groot, zo breed en hij heeft zo’n enorm zwaard! Want dan kunnen de kleuters op rij 68 hem ook zien.
Ik mag Piet Piraat wel!
En ik vroeg aan Piet : “He Piet, wat is jouw geheim?
Waarom heb ik 100 mensen bij mijn voorstelling Spoonface en jij 1100 per keer, en dan dubbele matinee, dus dat is dan wel 2200 verkochte kaartjes...”
En Piet zei: “Wat wil je nou? Het is geen goeie titel. Goeie titels die rijmen en daar zit altijd een w, een k, een p of iets met een piraat in. Kun je geen spin-off maken voor de televisie? Want daar kun je echt een schip met geld mee verdienen. De televisie heeft mij groot gemaakt en miljonair.
En hoe zit het met de merchandise...”
WAT?
“Nou, petjes, sjaaltjes en vooral kleine piratenzwaardjes...”
Het was weer een fijn gesprek! En we willen ook een keer iets samen doen...
Want Piet weet hoe het moet. Hij had ook een tip voor mij:
“Mensen willen lekker uit met hun kinderen en verder niks. Al dat gedoe met die emoties.....  Kijk, het komt neer op: ik ben leuk en jij niet!
Dat jij daar nog niet achter bent.”

 

Ik geloof niet dat het echt iets gaat worden tussen Piet en mij...

 

De wethouder in de Almere kennen jullie vast ook, onder haar artiestennaam: Berdien Sternberg. Ze trad altijd op met een dwarsfluit. Daar was ze heel succesvol mee en nu is ze wethouder van cultuur namens het CDA. Zo gaan die dingen.
Onze fluitende wethouder is dol op amateurkunst en wil er heel graag persoonlijk voor zorgen dat de kunst aan de bevolking wordt teruggegeven. Want kunst moet uit de mensen zelf komen, niet uit kunstenaars. Wij de beroepskunstenaars hebben de kunst van de gewone mensen afgepakt, ons toeggeeigend en zijn er mee aan de haal gegaan. En Berdien wil dat graag terug! Zelf denk ik dat de mensen die kunst helemaal niet zo graag willen hebben, laat staan terug hebben...

 

Dat met die amateurs en zo is nogal een punt in Almere. Collega’s van mij zijn er al toe overgegaan om workshops uit de grond te stampen en kinderen en jongeren op te leiden tot acteur die dan zelf voorstellingen maken, als een soort van doe het zelf kunst. Dat is ook een manier om de kunst aan de bevolking terug te geven. Dat was nog een idee van de vorige wethouder. Maar ik twijfel zelf een beetje of dat nou de functie van een theatermaker en zijn cluppie is. Tot nu toe was het niet mijn opdracht om de bevolking van Almere zelf het toneel op te krijgen. Maar het kan zijn dat zij daar wel gelukkiger van worden.

 

Goed, het is wel doorgedrongen tot de burgers van Almere: he, er is ruimte voor onze gewone mensen kunst. En dat leidt er toe dat ik persoonlijk nogal wat mail krijg van mensen die ook iets willen met kunst en dan misschien samen met theater en kinderen en die willen dan praten want Berdien zegt dat dat belangrijk is.
En zo kwam er bij mij een semiprofessioneel beeldend kunstenaar op bezoek en die vertelde mij over de ‘seven principles’ van Almere. Daar had ik nog nooit van gehoord. Maar dat is een globale beweging over de hele wereld en daar doet Almere ook aan mee. Dat had ik nou weer niet gedacht.

 

Een van die ‘principles’ is het hergebruik van materiaal om verspilling en milieuvervuiling te voorkomen. Dat is mooi toch. Daar kan ik wel iets mee.
Maar waarom komt u dan bij mij? vroeg ik aan de semiprofessionele beeldend kunstenaar.
Ik zal jullie het hele warrige verhaal besparen, maar het kwam neer op: alle decors maken van gedroogde bananenschillen. Ik weet niet of jullie wel eens een decor van gedroogde bananenbladeren hebben gezien, maar ik kan zeggen dat het weinig doet voor je voorstelling. Kortom, ik heb het maar niet gedaan...
Maar ik wil maar zeggen : het begint met het adagium ‘kunst terug naar de burger’ en voor je het weet glij je met al je goeie intenties uit over een enorme berg gedroogde bananenschillen....

 

Het is ook best lastig om altijd wat meewarige, meelijwekkende blikken te krijgen als je zegt dat je jeugdtheater maakt in Almere.
Ach God, hoe is dat dan gebeurd? En gaat het wel daar?
Deze mengeling van respect, deelneming en opluchting dat zij (jullie) het niet hoeven doen, vind ik onuitstaanbaar. Ik zou het wel van je smoel af willen slaan.

 

Het is toch ook gek dat het veel sneuer is om in Almere te zitten, dan in Assen. Alsof het daar beter is. Op de een of andere manier is de beeldvorming over Almere zo negatief en desastreus, dat het niet meer goed komt. Een afvoerputje vol losers en daar moet jij dan theater maken. En dat straalt af op je voorstellingen: er is een dubbele meetlat. Toch knap dat je dat in Almere doet - of all places.
Het ergste is de maand geweest dat de PVV de gemeenteraadsverkiezingen won.
Toen kon je eigenlijk niet over straat. Omdat je permanent werd gecondoleerd met het verlies van Almere. Maar waarom eigenlijk, het heeft daarvoor toch ook nooit iemand geinteresseerd wat er in godsnaam in Almere gebeurde...
En nu is het door heel Nederland gebeurd...

 

Jullie denken nu vast : maar wat doet ze dan eigenlijk nog in Almere?

 

Ik zie mezelf tegenwoordig als een soort ontwikkelingsamenwerker, een handelsreiziger in emoties, een missionaris in de kunst: ik breng ziel in Almere. Op mijn eigen, kleine schaal, samen met mijn gezelschap BonteHond. Zo ben ik weliswaar niet naar Almere gekomen in 2005, maar dat ben ik wel geworden.
Dat is wat ik doe. Ik doe in gevoel, in sensitivisering, Want dat heeft Almere niet. En dat is nodig vind ik. In een gebied dat zo jong is, zo vlak, zo effen, zonder geschiedenis, zonder wortels, zonder samenhang, zonder gemeenschap, is dat heel hard nodig. Wat niet nodig is: verdere verharding, verruwing en vervreemding. Dat is echt niet nodig. Ik doe aan tegenwicht, aan balans. Dat is een schone opdracht, zouden ze in Belgie zeggen.
Almere is in veel opzichten nog maar een kind met een heel jonge, ongeleefde ziel. En zo’n jonge ziel is eigenlijk wat gevoelsarm.
Dus dat wat ik moet doen, is iets heel anders dan opvoeden, of bezighouden of vermaken of esthetiseren.

 

Ik vind mijn eigen opdracht om mijn publiek het gevoel te geven dat ze als mensen verbonden zijn, dat ze emoties hebben en delen, en dat die groot zijn, en dat die deel uitmaken van wie ze eigenlijk zijn. Dat in die gedeelde theaterervaring verbondenheid, en diepgang en troost schuilen.  Dat in een harde omgeving juist kwetsbaarheid nodig is en dat kwetsbaarheid je uiteindelijk weerbaarder maakt dan afwijzing.
En uiteindelijk helemaal aan het eind: dat compassie de moeite waard is.
Want compassie houdt onze wereld bij elkaar.
Maar dit zachte verhaal heeft soms wel een harde vuist nodig, anders breek ik in mijn voorstellingen niet door de verharde mensenhuid heen. En daardoor schrikken
mensen soms van mijn voorstellingen. Of worden kwaad. Maar dat lijkt me uiteindelijk niet zo erg. Dan schrikken ze maar. Dan worden ze maar kwaad.
Dan is het maar niet aaibaar...

 

In Almere hebben we zo nu en dan ook een soort geheime bijeenkomst waar dat handjevol mensen uit de culturele sector bij elkaar komt om te schelden, elkaars wonden te likken en elkaar moed in te spreken. Die geheime bijeenkomst draagt in de wandelgangen de omfloerste titel: het diner der teleurgestelden. En dan praten we over al die moeilijke dingen en over de culturele fast-food cultuur in Almere, het hap-slik-weg beleid. Maar ik ben zelf eigenlijk nog nooit geweest. Want ik weet niet of ik na zo’n diner nog terugkom naar Almere.

 

He, wat een rotopmerking eigenlijk.
Maar het is moeilijk laveren tussen liefde en haat, tussen cynisme en hoop.
Als je niets te verliezen hebt, word je steeds radicaler....
Maar een kind in Almere is ook gewoon een kind.

 

Mijn voorstellingen van de afgelopen 2, 3 jaar liggen nogal eens onder vuur. Vooral waar het gaat om dat het extreem, te emotioneel, te confronterend is en vooral dat het niet leuk is, het is allemaal niet leuk genoeg. Dat krijg ik terug via de evaluatie-formulieren.

 

En ik geef toe: Almere heeft effect op het theater wat je maakt.
Omdat je met je club in zo’n gebied zit en werkt, ga je je ertoe verhouden.
Goedschiks en kwaadschiks. En dat betekent in mijn geval dat ik in mijn werk langzaam maar zeker radicaliseer, steeds extremer wordt, steeds uitgesprokener.
En daar krijg ik natuurlijk ook kritiek op.

 

Maar laat het mij uitleggen:
De andere kant van het verhaal is dat Almere niet alleen een kind is met een jonge ziel, maar ook een verwaarloosd kind, waar niemand tijd en zin in heeft.
En je gaat Almere haten en je gaat ervan houden omdat er niemand anders van houdt.
Je adopteert Almere alsof het je eigen kind is. En omdat het kind altijd een ongeliefd, ongewenst kind  is geweest vertoont het de nukken en grillen van zo’n kind. Het duwt zich van jou weg, het slaat jou van zich af. Het laat niet van zich houden en keert in zichzelf.
Jij zult voor haar moeten werken, jij zult moeten geven. En dan misschien verandert er iets. Je kunt het kind natuurlijk snoep en koek geven en voor de televisie zetten. Maar dan neem je het niet serieus. Dan schijt je alleen nog maar op je publiek.

 

En daarom slik je dingen en pik je dingen die je ergens anders niet zou doen.
Want je moet geduld hebben, heel veel geduld, in Almere. Het duurt lang. Ik denk dat het wel twee, misschien drie generaties zal duren voor Almere een ziel heeft gekregen, en voordat er heel plat gezegd een publiek zal zijn dat ontvankelijk is voor het soort theater dat ik maak en dat jullie maken. Dus dat maak ik zelf niet meer mee. (Maar jij wel... Rixt. Misschien maak jij dat theater dan zelf wel.)

 

Tot slot wil ik jullie theatermakers in de zaal oproepen: laat Almere, laat Rixt als publiek daar niet alleen.
Kom ook eens een keer repeteren en spelen in Almere. Kom een voorstelling maken, doe een coproductie, een samenwerking, wat dan ook.
Ze zullen je niet met open armen ontvangen, ze zullen je niet dankbaar zijn, maar je kunt er wel simpelweg iets betekenen.

 

Noel Fischer


 

Regisseur / artistiek leider van BonteHond, het jongste landelijke jeugdtheatergezelschap & productiehuis voor nieuw talent in het jeugdheater, in de Basis Infra Structuur, met als standplaats Almere, Flevoland.

venster slepen
venster slepen


De Krakeling, Amsterdam
De Krakeling, Amsterdam

 Follow TheaterArtemis on Twitter 

 



 



 

Artemis heeft de ANBI-status. Dit wil zeggen dat het gezelschap door de Belastingdienst is aangemerkt als 'algemeen nut beogende instelling'. Giften aan Artemis zijn fiscaal aftrekbaar. Lees verder >>

Voorstellingen Theater Artemis Nieuws Verdieping Beeld & geluid Praktisch Reacties Informeer mij Home